Een VAPZ of een IPT ? Wie financiert ? Wat is er eerst ?

Gepost op 02-06-2018

Een zelfstandige kan zijn VAPZ zelf financieren met persoonlijke bijdragen of laten betalen door de vennootschap. Bij een IPT worden de premies steeds door de vennootschap betaald.

Wordt de VAPZ betaald door de vennootschap van de zelfstandige bedrijfsleider, dan  moet er in hoofde van de zelfstandige bedrijfsleider steeds een voordeel alle aard worden aangerekend. M.a.w. het inkomen van de zelfstandige bedrijfsleider moet worden verhoogd met een bedrag gelijk aan de door de vennootschap betaalde premies. Dit voordeel is in de personenbelasting echter aftrekbaar als sociale bijdrage, waardoor er privé geen extra belasting, noch sociale bijdragen moeten worden betaald. Dit is dus fiscaal en sociaal een neutrale operatie. De door de vennootschap betaalde premies (maandelijks, per kwartaal of jaarlijks) verhogen de normale bezoldiging van de zelfstandige. Als gevolg wordt er extra ruimte gecreëerd m.b.t. de grenzen van de 80%-regel. Door deze extra ruimte kan er een (beetje) extra kapitaal in de IPT (indien van toepassing uiteraard) worden opgebouwd.

VAPZ = 1e keuze

Een VAPZ en een IPT kunnen gecumuleerd worden. Door de combinatie van IPT en VAPZ kan ook ingezet worden in zowel TAK21 als TAK23. Het is aangewezen om eerst een VAPZ te sluiten, omdat de fiscaliteit gunstiger is. Op de premie VAPZ is geen premietaks verschuldigd (4,4% voor IPT). Bovendien wordt de uitkering van een VAPZ belast via het systeem van de fictieve (omzettings)rente, wat meestal een voordeliger taxatie is dan een éénmalige taxatie van 10%, 16,5%, 18% en 20% (IPT).

Auteur: 
Kenny Vereecke 
Pieter Debbaut